Resultaten

Programma-evaluatie: Steeds meer werkzoekenden krijgen steun in de rug

Naar alle resultaten

Een groeiend aantal studenten aan de vakopleidingen, een forse hoeveelheid verstrekte microkredieten en meer nieuwe MKB-bedrijven dan gepland. Met het programma Arbeid en Inkomen timmert Woord en Daad samen met haar partnerorganisaties flink aan de weg. M

Dankzij een baan in loondienst of een eigen onderneming kunnen mensen zichzelf en hun familie onderhouden. Succesvolle bedrijven zorgen bovendien voor werkgelegenheid en daarmee voor economische groei. Het programma Arbeid en Inkomen streeft naar naadloze aansluiting: een scholier die van school komt, moet kunnen doorstromen naar een technische opleiding of een vakschool en via een arbeidsbemiddelingsbureau aan de slag kunnen. Familiebedrijfjes en MKB-ondernemingen kunnen een extra stimulans krijgen in de vorm van microfinanciering of steun bij de ontwikkeling van hun bedrijf.

Een evaluatie over 2005-2008 laat zien dat dankzij het programma Arbeid en Inkomen veel jongeren een opleiding hebben afgerond en dat veel mensen aan de slag zijn gegaan. In totaal gaf Woord en Daad bijna 24 miljoen euro uit aan dit programma: 4,8 miljoen euro in 2005, bijna 5,9 miljoen euro in 2008. De evaluatie gaat over zeven partnerorganisaties (van in totaal vijftig) in vijf landen: Bangladesh, Burkina Faso, Filipijnen, Colombia en Sierra Leone.

Baan

De evaluatie laat zien dat de vakopleidingen steeds meer studenten trokken: waren het er in 2005 nog 2.739, in 2007 waren het er al 5.453. Meer dan 90 procent van hen slaagde. De vakscholen bleken een aantal valkuilen te hebben. De scholen bereidden de jongeren bijvoorbeeld vooral voor op een baan in loondienst en onvoldoende op zelfstandig ondernemerschap. Inmiddels besteden ze daar meer aandacht aan. Studenten leren nu bijvoorbeeld hoe ze een ondernemingsplan of een PR-plan schrijven en hoe ze de kostprijs van hun dienst of product kunnen berekenen.

De scholen investeerden, met name in 2005 en 2006, veel geld in gebouwen en materialen, terwijl er toen relatief weinig studenten waren. Deze verhouding verbeterde in 2007. Toch zijn de vakscholen vaak nog onvoldoende financieel zelfstandig.

Arbeidsbemiddelingsbureaus helpen de studenten bij het vinden van stages en banen en het opzetten van een eigen bedrijf. Eind 2008 hadden de meeste vakscholen dergelijke bemiddelingscentra opgezet. Deze lagen echter aanzienlijk achter op schema, laat de evaluatie zien. Vooral de ontwikkeling van een leerlingvolgsysteem verliep trager dan gepland. Ook is duidelijk dat de bureaus, net als de scholen, vaak nog onvoldoende aandacht besteedden aan zelfstandig ondernemerschap. Dit is juist op het platteland van belang, omdat daar weinig banen in loondienst beschikbaar zijn.

Overleven

Kleine familieondernemingen kunnen bij partnerorganisaties van Woord en Daad aankloppen voor microfinanciering en hulp bij het ontwikkelen van hun bedrijf. Tussen 2005 en 2008 ontvingen in totaal 64.467 klanten (planning: 70.000) een microlening en kregen 17.879 bedrijfjes (planning: 4.500) steun bij de ontwikkeling van hun bedrijf. De leningen werden volgens de evaluatie meestal terugbetaald. Slechts weinig leners zetten de bedragen echter in voor hun bedrijf, veel families gebruiken ze vooral om hun inkomen aan te vullen.

Ook MKB-ondernemingen kunnen soortgelijke steun krijgen als de familiebedrijfjes. In 2008 werden er met hulp van het programma 375 nieuwe MKB-bedrijven opgezet en 1145 nieuwe banen gecreëerd. Hoewel de economische diensten toegankelijk zijn voor alle bedrijven, zijn er nog veel te weinig oud-studenten van de vakscholen die hier gebruik van maken. En daar valt nog een wereld te winnen, luidt een van de conclusies in de evaluatie.